Huurtoeslag berekenen 2026
Vul je kale huur en het inkomen van je huishouden in, dan zie je stap voor stap hoeveel huurtoeslag je per maand krijgt. Je vermogen mag op 1 januari niet hoger zijn dan € 38.479, of € 76.958 samen met je toeslagpartner. Elke medebewoner heeft een eigen grens van € 38.479.
Laatst gecontroleerd 13 okt 2026
Goed om te weten
- Vul je kale huur in: wat je betaalt voor het wonen zelf. Servicekosten tellen niet mee.
- Vul bij inkomen je toetsingsinkomen over het hele jaar in, niet je nettoloon. Doe je aangifte, dan is dat je verzamelinkomen. Anders is het je belastbare loon.
- Tel het inkomen van je toeslagpartner en je medebewoners erbij op. Van een kind dat bij je woont en op 1 januari nog geen 23 was, telt alleen het inkomen boven € 6.218 mee.
- Een onderhuurder met een schriftelijk huurcontract hoort niet bij je huishouden, en het inkomen van die onderhuurder telt niet mee. Je ouders en kinderen tellen wel mee, ook als ze huur aan je betalen. Dat geldt ook voor die van je partner.
- De basishuur betaal je zelf: € 202,52 per maand als je alleen woont, € 200,71 met meer personen. Bij een huur tot dat bedrag krijg je geen huurtoeslag.
- Is iedereen in huis jonger dan 21, dan telt je huur mee tot € 498,20. Dat geldt niet als iemand een handicap heeft of als een kind van een van jullie in huis woont.
- Kom je uit op minder dan € 24 per jaar, dan krijg je niets. Zo'n klein bedrag keert Dienst Toeslagen niet uit.
- De rekenhulp rekent met een heel kalenderjaar waarin je huishouden niet verandert. Een kamer of een woonwagen kan hij niet doorrekenen. Soms kun je vragen om iemand in huis niet mee te tellen, bijvoorbeeld een partner die al langer dan een jaar in een verpleeghuis woont. Soms kun je vragen om een deel van het inkomen niet mee te tellen. Die gevallen kan de rekenhulp niet aan. Dat geldt ook als Dienst Toeslagen na advies van de huurcommissie met een lagere huur rekent dan je betaalt.
Veelgestelde vragen
Dat hangt af van je kale huur en je inkomen, en van hoeveel mensen er bij je wonen. De basishuur betaal je zelf. Tot een huur van € 498,20 krijg je het deel boven de basishuur voor 100% vergoed. Van daar tot € 713,02 is dat 65%, en met drie of meer personen loopt dat door tot € 764,14. Over de rest krijg je 40%, tot de huurgrens. Verdien je meer dan € 23.425 (alleen) of € 31.500 (met meer personen), dan gaat er een bedrag af. Vul hierboven je gegevens in, dan zie je elk deel apart.
Een vaste inkomensgrens is er niet. Tot € 23.425 per jaar (alleen) of € 31.500 (met meer personen) verlaagt je inkomen de huurtoeslag niet. Verdien je meer, dan gaat een deel van het bedrag boven die grens van je huurtoeslag af: per jaar 27% als je alleen woont en 22% met meer personen. Bij welk inkomen je op nul uitkomt, hangt dus af van je huur.
Op 1 januari mag je vermogen niet hoger zijn dan € 38.479. Met een toeslagpartner is de grens € 76.958 voor jullie samen. Elke medebewoner heeft een eigen grens van € 38.479. Het gaat om je bezittingen in box 3, zoals spaargeld en beleggingen, min je schulden. Zit iemand boven de grens, dan krijg je dat jaar geen huurtoeslag.
Woon je alleen, dan is dat € 523 per maand. Met twee personen is het € 525 en met drie of meer € 537. Zoveel krijg je bij een kale huur van € 932,93 of hoger en een inkomen van hoogstens € 23.425 (alleen) of € 31.500 (met meer personen). Zijn jullie allemaal jonger dan 21? Dan is het minder, want je huur telt maar mee tot € 498,20.
Die is er niet meer. Dienst Toeslagen rekent met hoogstens € 932,93 per maand, de huurgrens. Betaal je meer, dan houd je je huurtoeslag, maar over het deel boven de huurgrens krijg je niets. Voor een huishouden waarin iedereen jonger is dan 21 ligt de huurgrens op € 498,20.
Je moet in elk geval meerderjarig zijn en wonen in de woning die je huurt. Iedereen die er woont moet op dat adres staan ingeschreven, en verder niemand. Het moet een zelfstandige woning zijn: voor een kamer krijg je alleen in bijzondere gevallen huurtoeslag. Je vermogen mag niet hoger zijn dan de grens, en je huur moet hoger zijn dan de basishuur. Alleen dat laatste rekent de rekenhulp na. Bij je vermogen gaat hij uit van wat jij kiest. De rest ga je zelf na.
Sinds 2026 berekent Dienst Toeslagen de huurtoeslag anders. Servicekosten tellen niet meer mee. Een huur boven de huurgrens kost je de huurtoeslag niet meer. De leeftijd voor de lage huurgrens ging omlaag naar 21. En de basishuur stijgt niet meer mee met je inkomen. Verdien je boven een vaste grens, dan gaat een vast percentage van het bedrag daarboven van je huurtoeslag af.
Ja. Huurtoeslag over een jaar kun je aanvragen tot en met 31 december van het jaar erna. De rekenhulp rekent met de regels van 2026. Elk jaar heeft eigen bedragen, en tot 2026 werkte de berekening ook anders. Gebruik deze uitkomst dus niet voor een eerder jaar.
Bronnen
- Vanaf21 € 932,93: Wet op de huurtoeslag, art. 13 lid 1 onderdeel a (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Jonger € 498,20: Wet op de huurtoeslag, art. 13 lid 1 onderdeel b (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Leeftijd 21: Wet op de huurtoeslag, art. 13 lid 1 onderdeel a onder 1 (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Bedrag € 252,49: Wet op de huurtoeslag, art. 17 lid 2 (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- VerlagingEenpersoons € 1,82: Wet op de huurtoeslag, art. 17 lid 3 onderdeel a (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- VerlagingMeerpersoons € 3,63: Wet op de huurtoeslag, art. 17 lid 3 onderdeel b (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Opslag € 0,00: Wet op de huurtoeslag, art. 16 (redactionele noot: per 1 januari 2023 € 0, Stb. 2022, 528) (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Verlaging € 48,15: Wet verlaging eigen bijdrage huurtoeslag, art. 1 onderdeel c (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Kwaliteitskortingsgrens € 498,20: Wet op de huurtoeslag, art. 20 lid 1 (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Laag € 713,02: Wet op de huurtoeslag, art. 20 lid 2 onderdeel a (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Hoog € 764,14: Wet op de huurtoeslag, art. 20 lid 2 onderdeel b (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- TotKwaliteitskortingsgrens 100%: Wet op de huurtoeslag, art. 21 lid 1 onderdeel a (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- TotAftoppingsgrens 65%: Besluit op de huurtoeslag, art. 7 lid 1 (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- BovenAftoppingsgrens 40%: Besluit op de huurtoeslag, art. 7 lid 2 (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Eenpersoons € 23.425,00: Regeling huurtoeslaggrenzen 2026, art. 3 onderdeel a (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Meerpersoons € 31.500,00: Regeling huurtoeslaggrenzen 2026, art. 3 onderdeel b (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Eenpersoons 27%: Wet op de huurtoeslag, art. 21 lid 2 onderdeel a (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Meerpersoons 22%: Wet op de huurtoeslag, art. 21 lid 2 onderdeel b (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, art. 7 lid 3 (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Medebewoner € 38.479,00: Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, art. 7 lid 4 (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, art. 7 lid 6 (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
- MinimumPerJaar € 24,00: Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, art. 14 lid 5 (versie 2026-01-01, gecontroleerd 2026-10-13)
Verwante rekenhulpen
De uitkomst is indicatief. Je kunt er geen rechten aan ontlenen.