Vul je bezittingen en schulden op 1 januari in. Je ziet het forfaitaire rendement, het heffingsvrij vermogen en de belasting, stap voor stap. Kies een belastingjaar om te vergelijken.
Laatst gecontroleerd 12 okt 2026
Belastingjaar
€
De stand op 1 januari. Met fiscale partner: samen.
Je vermogen (bezittingen min schulden) moet op 1 januari € 15.643 lager. Bijvoorbeeld met € 15.643 meer schuld, of € 15.643 minder bezittingen. Zo betaal je niets.
Goed om te weten: Voorlopige percentages
De percentages voor spaargeld en schulden in 2026 zijn nog voorlopig.
Zo reken je het
01Bezittingen€ 75.000,00spaargeld + beleggingen + vastgoed in Nederland en het buitenland
02Vermogen (bezittingen − schulden)€ 75.000,00dit heet de rendementsgrondslag
03Heffingsvrij vermogen€ -59.357,00hierover betaal je niets
04Vermogen waarover je belasting betaalt€ 15.643,00vermogen − heffingsvrij vermogen, nooit onder 0
05Rendement spaargeld€ 640,00spaargeld × 1,28%
06Rendement beleggingen en vastgoed€ 1.500,00(beleggingen + vastgoed) × 6,00%
07Rendement op je hele vermogen€ 2.140,00spaargeld + beleggingen − schulden
08Deel waarover je betaalt20,85%vermogen waarover je betaalt ÷ vermogen = 20,85%, afgekapt
09Belastbaar rendement€ 446,00rendement × 20,85%, afgekapt op hele euro's
Je zit € 15.643 boven het heffingsvrij vermogen van € 59.357. Zorg dat je vermogen (bezittingen min schulden) op 1 januari zoveel lager is, met meer schuld of minder bezittingen. Dan betaal je niets. Nu betaal je € 160.
Snelle routes voor jouw € 15.643:
Zet € 15.643 van je eigen hypotheek om naar aflossingsvrij. Dat deel telt dan als schuld in box 3.
Stort € 15.643 als agio in je eigen bv.
Elke route heeft een prijs. Lees hieronder wat die is.
Alleen de stand op 1 januari telt. Wat je vóór die datum verandert, telt voor het hele jaar. Manieren om lager uit te komen:
Los extra af op je eigen hypotheek. Je eigen woning en de schuld daarop horen in box 1. Spaargeld dat je in je huis stopt, telt dus niet meer mee in box 3. Let op: dat geld zit dan vast in je huis, en check of je boetevrij mag aflossen.
Houd een deel van je hypotheek buiten box 1. Een lening voor je eigen huis van na 2012 telt alleen in box 1 als je die in hoogstens 30 jaar annuïtair of lineair aflost. Een lening die je eind 2012 al had, blijft in box 1, ook als die aflossingsvrij is. Sluit je de lening af voor bijvoorbeeld 31 jaar in plaats van 30, dan voldoet die er niet aan. De hele lening is dan een schuld in box 3 en verlaagt je vermogen daar. Hetzelfde geldt voor een deel dat aflossingsvrij is. Let op: over die lening mag je de rente niet meer aftrekken in box 1. Vaak kost dat meer dan je in box 3 bespaart. Reken dus beide kanten door, het liefst met een adviseur.
Doe grote uitgaven vóór 1 januari. Een auto, een verbouwing van je eigen huis of een aanbetaling die je toch al ging doen, verlaagt je vermogen op de peildatum.
Zet een schuld tegenover box 3-vastgoed. Een tweede woning telt mee tegen de WOZ-waarde. Een lening daarvoor trek je af van je vermogen. Alleen het eerste stuk schuld telt niet: de schuldendrempel van € 3.800. Een pand met een lage WOZ-waarde en een hoge lening drukt zo je vermogen. Let op: de rente betaal je echt, en de lening moet zakelijk zijn.
Stort geld in je eigen bv als agio. Heb je minstens 5% van de aandelen, dan vallen die in box 2, niet in box 3. Geld dat je als agio in de bv stort, telt dus niet meer mee in box 3. Let op: de bv betaalt vennootschapsbelasting over wat het geld opbrengt, een bv kost geld aan boekhouding en jaarrekening, en agio terugbetalen kan belastingvrij, maar alleen met een goed vastgelegd besluit van de bv.
Schenk aan je kinderen. Wat je weggeeft, is van hen. Tot de vrijstelling voor schenkingen betaal je geen schenkbelasting.
Dit is algemene informatie, geen persoonlijk advies. Twijfel je, vraag het een belastingadviseur.
Goed om te weten
Een huis in het buitenland telt ook mee in box 3, tegen de waarde in het economisch verkeer. Veel mensen denken van niet. Betaal je in dat land ook belasting over het huis, kijk dan of je een vermindering krijgt voor dubbele belasting.
Je eigen woning en je eigenwoningschuld horen in box 1, niet in box 3. Een tweede woning of een verhuurd pand telt wel mee, tegen de WOZ-waarde.
Per persoon is € 59.357 vrijgesteld. Met fiscale partner is dat samen het dubbele, ook als al het geld op één naam staat.
De Belastingdienst rekent niet met je echte rendement maar met een vast percentage per soort vermogen: 1,28% over spaargeld en 6% over beleggingen en vastgoed.
Schulden tellen pas mee boven een drempel van € 3.800 per persoon. Met fiscale partner is de drempel het dubbele. Over het deel boven de drempel trek je 2,7% af van je rendement.
Over het berekende rendement betaal je 36% belasting. De Belastingdienst kapt de laatste stappen af op hele euro's; de rekenhulp doet dat ook.
Was je echte rendement lager dan het vaste percentage? Dan mag je dat aantonen. Tot en met 2024 doe je dat met het formulier Opgaaf werkelijk rendement, vanaf 2025 in je gewone aangifte. Die berekening zit nog niet in deze rekenhulp.
In het lopende belastingjaar zijn de percentages voor spaargeld en schulden voorlopig. De Belastingdienst stelt ze begin volgend jaar definitief vast.
Veelgestelde vragen
Box 3 is de belasting over je vermogen: spaargeld, beleggingen, een tweede woning en andere bezittingen, min je schulden. Je betaalt niet over het vermogen zelf, maar over een rendement dat de Belastingdienst erover rekent. Daarover betaal je 36% belasting.
Per persoon is € 59.357 vrijgesteld. Fiscale partners hebben samen het dubbele. Zit je vermogen op 1 januari onder dat bedrag, dan betaal je niets. Het bedrag verandert elk jaar; kies hierboven een ander jaar om het te zien.
Het percentage dat de Belastingdienst als rendement rekent, los van wat je echt verdiende. Voor spaargeld is dat 1,28%, voor beleggingen en vastgoed 6% en voor schulden 2,7%. Het heet ook forfaitair rendement.
In zes stappen. Reken eerst het rendement per soort vermogen uit met het vaste percentage. Trek de aftrekbare schulden van je bezittingen af: dat is de rendementsgrondslag. Haal daar het heffingsvrij vermogen af. Deel het restant door de rendementsgrondslag: dat aandeel pas je toe op je rendement. Over de uitkomst betaal je 36% belasting. De rekenhulp hierboven laat elke stap zien.
Schulden tellen alleen mee boven een drempel van € 3.800 per persoon, met fiscale partner het dubbele. Een consumptief krediet of een lening voor een tweede woning telt mee. Je eigenwoningschuld niet: die hoort in box 1.
Alleen als je totale vermogen op 1 januari boven het heffingsvrij vermogen uitkomt. Spaargeld krijgt het lage percentage van 1,28%, dus over spaargeld betaal je veel minder dan over hetzelfde bedrag aan beleggingen.
Het kabinet wil vanaf 2028 belasting heffen over het werkelijke rendement in plaats van een vast percentage. De Tweede Kamer heeft dat wetsvoorstel aangenomen. De Eerste Kamer stemt pas nadat de aangekondigde aanpassing (novelle) is behandeld. Het is dus nog geen wet. Komt er een besluit, dan voegen we dat jaar toe.
Tel je echte opbrengst in een jaar op: rente, dividend en huur, plus de waardestijging of -daling van je bezittingen, ook als je niets verkocht. Kosten mag je niet aftrekken, rente op schulden wel. Is dat lager dan het fictieve rendement, dan betaal je over het werkelijke rendement. Deze rekenhulp rekent dat nog niet uit.
Bronnen
HeffingvrijVermogen € 59.357,00: Berekening box 3-inkomen 2026 (Belastingdienst), stap 3: heffingsvrij vermogen per persoon; fiscale partners samen het dubbele (versie 2026-10-12, gecontroleerd 2026-10-12)
Schuldendrempel € 3.800,00: Berekening box 3-inkomen 2026 (Belastingdienst), stap 1: drempel schulden per persoon; fiscale partners samen het dubbele (versie 2026-10-12, gecontroleerd 2026-10-12)
AandeelDecimalen 2: Berekening box 3-inkomen 2026 (Belastingdienst), stap 4: afronding van het aandeel in de rendementsgrondslag, zoals in de rekenvoorbeelden (versie 2026-10-12, gecontroleerd 2026-10-12)
Je vermogen (bezittingen min schulden) moet op 1 januari € 15.643 lager. Bijvoorbeeld met € 15.643 meer schuld, of € 15.643 minder bezittingen. Zo betaal je niets.
Goed om te weten: Voorlopige percentages
De percentages voor spaargeld en schulden in 2026 zijn nog voorlopig.
Zo reken je het
01Bezittingen€ 75.000,00spaargeld + beleggingen + vastgoed in Nederland en het buitenland
02Vermogen (bezittingen − schulden)€ 75.000,00dit heet de rendementsgrondslag
03Heffingsvrij vermogen€ -59.357,00hierover betaal je niets
04Vermogen waarover je belasting betaalt€ 15.643,00vermogen − heffingsvrij vermogen, nooit onder 0
05Rendement spaargeld€ 640,00spaargeld × 1,28%
06Rendement beleggingen en vastgoed€ 1.500,00(beleggingen + vastgoed) × 6,00%
07Rendement op je hele vermogen€ 2.140,00spaargeld + beleggingen − schulden
08Deel waarover je betaalt20,85%vermogen waarover je betaalt ÷ vermogen = 20,85%, afgekapt
09Belastbaar rendement€ 446,00rendement × 20,85%, afgekapt op hele euro's
Je zit € 15.643 boven het heffingsvrij vermogen van € 59.357. Zorg dat je vermogen (bezittingen min schulden) op 1 januari zoveel lager is, met meer schuld of minder bezittingen. Dan betaal je niets. Nu betaal je € 160.
Snelle routes voor jouw € 15.643:
Zet € 15.643 van je eigen hypotheek om naar aflossingsvrij. Dat deel telt dan als schuld in box 3.
Stort € 15.643 als agio in je eigen bv.
Elke route heeft een prijs. Lees hieronder wat die is.
Alleen de stand op 1 januari telt. Wat je vóór die datum verandert, telt voor het hele jaar. Manieren om lager uit te komen:
Los extra af op je eigen hypotheek. Je eigen woning en de schuld daarop horen in box 1. Spaargeld dat je in je huis stopt, telt dus niet meer mee in box 3. Let op: dat geld zit dan vast in je huis, en check of je boetevrij mag aflossen.
Houd een deel van je hypotheek buiten box 1. Een lening voor je eigen huis van na 2012 telt alleen in box 1 als je die in hoogstens 30 jaar annuïtair of lineair aflost. Een lening die je eind 2012 al had, blijft in box 1, ook als die aflossingsvrij is. Sluit je de lening af voor bijvoorbeeld 31 jaar in plaats van 30, dan voldoet die er niet aan. De hele lening is dan een schuld in box 3 en verlaagt je vermogen daar. Hetzelfde geldt voor een deel dat aflossingsvrij is. Let op: over die lening mag je de rente niet meer aftrekken in box 1. Vaak kost dat meer dan je in box 3 bespaart. Reken dus beide kanten door, het liefst met een adviseur.
Doe grote uitgaven vóór 1 januari. Een auto, een verbouwing van je eigen huis of een aanbetaling die je toch al ging doen, verlaagt je vermogen op de peildatum.
Zet een schuld tegenover box 3-vastgoed. Een tweede woning telt mee tegen de WOZ-waarde. Een lening daarvoor trek je af van je vermogen. Alleen het eerste stuk schuld telt niet: de schuldendrempel van € 3.800. Een pand met een lage WOZ-waarde en een hoge lening drukt zo je vermogen. Let op: de rente betaal je echt, en de lening moet zakelijk zijn.
Stort geld in je eigen bv als agio. Heb je minstens 5% van de aandelen, dan vallen die in box 2, niet in box 3. Geld dat je als agio in de bv stort, telt dus niet meer mee in box 3. Let op: de bv betaalt vennootschapsbelasting over wat het geld opbrengt, een bv kost geld aan boekhouding en jaarrekening, en agio terugbetalen kan belastingvrij, maar alleen met een goed vastgelegd besluit van de bv.
Schenk aan je kinderen. Wat je weggeeft, is van hen. Tot de vrijstelling voor schenkingen betaal je geen schenkbelasting.
Dit is algemene informatie, geen persoonlijk advies. Twijfel je, vraag het een belastingadviseur.